Eenzame strijd

Van jongs af aan was ik altijd al een onzeker, faalangstig en perfectionistisch meisje dat het graag goed voor de ander wilde doen. Ik vond volwassen worden (onbewust) best wel eng. Ik was bang voor “de grote boze wereld”. Bang dat ik niet aan de eisen van zelfstandigheid kon voldoen.
Toen ik 15jaar werd kwam ik door de puberteit in gewicht aan. Ook werd ik rond die leeftijd gepest en waren er thuis veel ruzies.
Ik bedacht me op een gegeven moment dat ik misschien maar eens wat minder moest gaan snoepen. Achteraf denk ik dat ik dit deed vanuit een behoefte om ergens controle op te krijgen. Dit had ik namelijk nergens anders op voor mijn gevoel; ik bleef maar in gewicht aankomen, thuis bleven de ruzies maar bestaan, op school bleef ik maar gepest worden en ik voelde me verre van vrolijk. Het kunnen weerstaan van lekkere dingen en het getalletje op de weegschaal omlaag zien gaan gaf mij een euforisch gevoel. Dit gevoel was maar heel kort, daarna kwam er weer de angst dat het me de volgende keer niet zou lukken. Dus ging ik steeds strenger voor mezelf worden. Ik ging steeds minder eten en steeds meer sporten. Misschien wel te vergelijken met iemand die drugs gebruikt: je voelt je voor een korte periode heel fijn, maar als de drugs is uitgewerkt dan voel je je weer zoals daarvoor, of misschien nog wel slechter!
Ik ging steeds meer liegen in mijn omgeving om het verborgen te houden. Mijn ouders zagen de eerste maanden niet hoe slecht het met me ging. Toen ze na een tweeweekse vakantie terugkwamen schrokken ze van hoe ik eruit zag. Ze wisten niet hoe ze met me om moesten gaan. Eten verplichten werkte niet. Niks werkte. Ik was niet voor rede vatbaar. Mijn angst voor eten was inmiddels zo groot geworden, dat niet ik de controle had, maar mijn eetstoornis. Of ik nou wilde of niet, ik durfde het niet meer! Ik moest dagelijks vasthouding aan mijn strikte regime, anders was er paniek. Mijn omgeving snapte er weinig tot niks van; je kan toch wel gewoon een boterham eten?! Nee dus. Dat kon ik inmiddels niet meer ´gewoon´.
Omdat ik mijn ouders erg verdrietig zag zijn om mij en zij graag wilden dat ik hulp zou zoeken, ben ik met mijn moeder op zoek gegaan naar hulp. Eerst bij de huisarts en daarna kwam ik bij de GGZ terecht. Uiteindelijk kwam ik terecht in een gespecialiseerde hulpverlening voor mensen met een eetstoornis .Echter durfde en wilde ik mijn eetstoornis nog niet achter me te laten. Vond dit te eng. Wat bleef er nog over van mij zonder eetstoornis? Was ik dan nog wat waard? Durfde ik het leven wel aan zonder de veilige baken van mijn eetstoornis? Hierdoor verliep de behandeling dan ook niet goed. Ik werd na ongeveer een half jaar weggestuurd. Inmiddels was ik wel weer redelijk op gewicht en deed tegen de buitenwereld alsof het goed met me ging. Ondertussen had ik ook last gekregen van eetbuien omdat ik van de ene kant wilde eten om beter te worden, maar van de andere kant het mezelf niet toestond. Ik kon dan niet meer stoppen met eten hoe graag ik dat ook wilde. Dit voelde voor mij helemaal als falen. Nu was ik echt nergens meer goed in! Voor de buitenwereld leek het goed met me te gaan; ik at en ik zat weer op een normaal gewicht. Maar ik voelde me alleen maar ellendiger en eenzamer dan ooit tevoren. Door mijn eetstoornis raakte ik veel vrienden kwijt (ik ging bijvoorbeeld niet meer naar feestjes omdat ik het eten daar wilde vermijden en ik was in mijn hoofd heel de dag bezig met eten en niet eten. Hierdoor had ik geen tijd en energie om leuke dingen met anderen te gaan doen).
In de 10 jaar dat ik last had van een eetstoornis heb ik verschillende soorten hulp gehad. Van opnames tot gesprekken met een ervaringsdeskundige. Wat mij uiteindelijk geholpen heeft is om niet alleen rond te blijven lopen met alles wat er zich in mijn hoofd afspeelde. Daarnaast was het voor mij erg belangrijk dat ik succeservaringen op ging doen voor mijn zelfvertrouwen. Zo ging ik bijv een opleiding volgen die ik makkelijk aankon (een keer de lat niet heel hoog leggen), ging ik weer langzaamaan leuke dingen doen met anderen en zo weer vriendschappen opbouwen en oefende ik met dingen die ik eng vond. Zoals het bellen met iemand of uiteindelijk zelfs daten met een jongen. Mijn zelfvertrouwen groeide en ik kon heel langzaamaan beetje bij beetje stukjes van mijn eetstoornis loslaten. Maar het heeft lang gekost om er vanaf te komen. Velen jaren gingen gepaard met vallen en weer opstaan. Achteraf baal ik hier soms wel van. Zoveel jaren waarin ik niet echt geleefd heb. Ik hoop dan ook dat mijn verhaal een ander erbij kan helpen om zo snel mogelijk iemand in vertrouwen te nemen als deze (of andere problemen) spelen. Hoe moeilijk ook! Het zal allemaal daarmee echt niet ineens opgelost zijn. Maar het is zo fijn om niet meer alleen het gevecht te hoeven leveren!

© 2016 2B-eat